Reglement van toelating

Reglement van Toelating

  1. Het aspirant lidmaatschap is slechts mogelijk onder persoonlijke titel. Omtrent de normen van toelating wordt verwezen naar punt 5 van dit reglement, als bedoelt in Artikel 5. lid 1. der Statuten.
  2. Om aspirant lid te worden van de vereniging, richt de aanvrager een daartoe strekkend verzoek tot het Bestuur, welke dit verzoek voor nader onderzoek doorstuurt naar de Com­missie van Toelating.
  3. Het verdient aanbeveling het verzoek vergezeld te doen gaan van een schriftelijke referentie van vijf leden, niet zijnde leden van verdienste of leden van de Commissie van Toelating.
  4. De Commissie van Toelating onderzoekt zo spoedig mogelijk of het kandidaat‑(aspirant)lid voldoet aan de eisen met betrekking tot de nationaliteit, het werkterrein, de opleiding en de werkervaring, en onderzoekt de referenties één en ander volgens het onder Artikel 5. lid 2. van de Statuten en in het Huishoudelijk Reglement daaromtrent bepaalde.
  5. (Aspirant)lid van de Vereniging kan zijn, casu quo worden, een natuurlijk persoon die voldoet aan de zeven navolgende vereisten:
A. wat betreft de nationaliteit:
de Nederlandse nationaliteit of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie bezitten;
B. wat betreft de leeftijd:
het bereikt hebben van de minimum leeftijd van 28 jaar;
C. wat betreft het werkterrein:

  1. Ten tijde van het indienen van de aanvraag tot het aspirant lidmaatschap en gedurende de behandeling daarvan, minimaal 3 jaar aaneengesloten in dienstverband werkzaam zijn bij een bureau waarvan tenminste één van de gewone leden van de vereniging verbonden is, dan wel tenminste drie aaneengesloten jaren als zelfstandig, onpartijdig expert schade-expertises, inspecties en taxaties aan/van pleziervaartui­gen heeft verricht, waarbij deze werkzaamheden moeten getuigen van ruime ervaring en deskundigheid, betrokkenheid in de pleziervaartuigensector, de scheepsbouw, de scheepvaart, de werktuigbouwkunde of de werktuigkunde, of hiermede verband houdende en/of aanverwante technische vakgebieden, in de ruimste zin des woords (en de bedoelde deskundige hierna ook te noemen: expert), al dan niet geassocieerd met andere experts als in dit artikel omschreven, of verbonden aan een rechtspersoon als omschreven in c.2.
  2. De in c.1. genoemde rechtspersoon dient zich ten doel te stellen het onpartijdig uitoefenen van het beroep van expert en daarbij te voldoen aan de volgende vereisten:

2.1. de continuïteit en de kwaliteit dienen te worden gegarandeerd en te kunnen worden getoetst door een op kosten van het kandidaat‑ (aspirant) lid door de onder Artikel 5. lid 2. en 3. van de Statuten genoemde Commissie van Toelating in overleg met bedoel­de rechtspersoon te benoemen externe deskundige;

 

2.2. de activiteiten van de rechtspersoon dienen onder meer te zijn gelegen op de in c.1. genoemde vakgebieden; er mogen geen nevenactiviteiten verricht worden die daar­mede onverenigbaar zijn; en

2.3. de rechtspersoon dient te zijn gevestigd in Nederland.

 

D. wat betreft de opleiding:

  1. hetzij in het bezit zijn van tenminste de volgende diploma's:
    a. het diploma maritiem‑, scheepsbouwkundig‑ of werktuigbouwkundig ingenieur van een Nederlandse Universiteit;
    b. het diploma eerste stuurman grote handelsvaart,
    c. het diploma B of C als scheepswerktuigkundige ter koopvaardij,
    d. het diploma als maritiem officier van de geïntegreerde opleiding van stuurman en werktuigkundige ter koopvaardij, met aantekening van het specialisme;
    e. het einddiploma scheepsbouw‑ of werktuigbouwkunde van een door het Rijk erkende Hogere Technische School (H.T.S.);
    f. het diploma afkomstig van een daarmede gelijk te stellen binnenlandse of buitenlandse instelling van Hoger Technisch Onderwijs, dit ter beoordeling van de Commissie van Toelating;
  2. hetzij een opleiding hebben genoten die een behoorlijke uitoefening van de functie waarborgt, zulks ter uitsluitende beoordeling door de Commissie van Toelating;
  3. hetzij beschikken over zodanige kennis op één van de onder c.1. genoemde vakgebie­den als naar het oordeel van de Commissie van Toelating gelijk kan worden gesteld met de kennis van degene die één der in dit artikel genoemde diploma's of hoedanigheden bezit;
  4. in alle genoemde gevallen een opleiding in assurantie‑ en wetskennis;

E. wat betreft de ervaring:

  1. vóór de aanvraag, van het lidmaatschap ononderbroken gedurende de laatste vijf jaren praktische ervaring als expert hebben opgedaan, of
  2. vóór de aanvraag van het aspirant-lidmaatschap ononderbroken gedurende de laatste drie jaren praktische ervaring als expert hebben opgedaan,
  3. indien op het kandidaat‑(aspirant)lid het onder d.2. of d.3. gestelde betrekking heeft, wordt de in e.1. en e.2. bedoelde termijnen met vijf jaren vermeerderd.
  4. Geen lid van de Vereniging kunnen zijn zij, die een directe financiële en/of economi­sche binding hebben met, of werkzaam zijn in een bedrijf dat een directe financiële en/of economische binding heeft met een (potentiële) opdrachtgever die de onpartijdige beroepsuitoefening zou kunnen beïnvloeden.
  5. In het geval van onduidelijkheid omtrent het voldoen aan het eerder in dit artikel gestelde, dient het kandidaat‑ (aspirant) lid zelf het nodige bewijs te leveren. Dit kan gedelegeerd worden aan één in overleg met en voor rekening van het kandidaat‑(aspirant)lid te benoemen externe deskundige.

F. wat betreft een onbesproken gedrag:


Het kandidaat‑(aspirant)lid dient een goede naam en faam te bezitten met een onbespro­ken gedrag en een bewijs van dit goede gedrag of een kopie daarvan te kunnen overleg­gen.

 

G. wat betreft de reglementen, bepalingen en gedragsregels:


Het kandidaat‑(aspirant)lid dient de in de Statuten en Het Huishoudelijk Reglement opgenomen reglementen en bepalingen en met name de Gedragsregels te onderschrijven.